• Blogs
  • Platform
  • Kees Wulffraat: ”Het voornemen is dat we het ontbrekend of verloren leefgebied gaan herstellen”

Kees Wulffraat: ”Het voornemen is dat we het ontbrekend of verloren leefgebied gaan herstellen”

    Fieke Meijer
    • Iedereen (publiek zichtbaar)
    • 40
    Door Fieke Meijer in de groep Platform 75 dagen geleden
    Kees Wulffraat: ”Het voornemen is dat we het ontbrekend of verloren leefgebied gaan herstellen”

    Naast LIFE IP Deltanatuur loopt de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Omdat er raakvlakken zitten tussen LIFE IP Deltanatuur en PAGW, interviewden we Kees Wulffraat, projectleider PAGW en adviseur waterbeheer bij Rijkswaterstaat over de inhoud, doelen en het tijdspad van PAGW en de verbindingen tussen PAGW en LIFE IP Deltanatuur.

    Wat houdt de Programmatische Aanpak Grote Wateren in?

    “De Programmatische Aanpak Grote Wateren begint met de constatering dat we in Nederland door de afgelopen eeuwen heen heel veel aan ons water hebben gewerkt. We hebben dijken en dammen aangelegd, grote gebieden ingepolderd en vaarwegen verruimd. Van al die ingrepen is Nederland veilig en welvarend geworden. We kunnen schepen laten varen en we hebben gebieden om te wonen en te werken. Maar er zit wel een ecologische consequentie aan. Namelijk dat in Nederland op grote schaal de natuurlijke stroming van het water en van het sediment is veranderd. Daarmee zijn ook de randvoorwaarden voor natuur en ecologie veranderd. En dat heeft weer gevolgen voor de soortensamenstelling. De natuur, de ecologie die je feitelijk waarneemt, die is daardoor gehinderd, soorten missen hun trekroutes en essentieel leefgebied ontbreekt.

    Een mooi voorbeeld vind ik het Markermeer. Dit is ontworpen en aangelegd om ooit te worden ingepolderd. Daarvoor zijn harde stenen dijken gemaakt. We hebben later echter met z’n allen besloten dat we dat niet gaan inpolderen en nu hebben we dus een groot zoetwatermeer, dat overal ongeveer vier meter diep is, met harde stenen oevers. Zo ziet een meer in Nederland er echter niet uit. Ga naar Friesland, dan zie je allemaal rietkragen rondom die meren, je hebt diepe delen, ondiepe delen, eilandjes en oeverzones die overstroomd kunnen worden. Als je nu naar de levenscyclus kijkt van heel veel vissen, maar ook van vogels, dan zie je de verschillende habitats een plekje in die levenscyclus hebben. Een vis die paait in het riet, zet daar zijn eitjes af, overwintert in diepe delen, zoekt voedsel in de ondiepe delen. Als daar één deel ontbreekt, dan kun je je voorstellen dat het niet goed gaat met de levenscyclus.

    We willen nu met terugwerkende kracht die natuureffecten van de waterstaatkundige ingrepen gaan opheffen, voor zover dat kan. Het voornemen is, en dit hebben de ministers ook al naar de Kamer gemeld in een brief, dat we het ontbrekend of verloren leefgebied gaan herstellen. En we willen zorgen dat het estuarien karakter versterkt wordt, het getij terugbrengen waar dat kan en gebieden zout maken die zoet zijn geworden.

    Voor de volledigheid moet ik daar nog wel bij zeggen dat daar een soort randvoorwaarde aan zit. De Afsluitdijk gaat er bijvoorbeeld niet uit, die blijft, want die is essentieel voor onze veiligheid en voor het borgen van de zoetwatervoorziening. En dat geldt ook in Zeeland: de dammen daar, die blijven. Maar waar dat kan, maken we een doorlaatmiddel om het getij erachter weer terug te krijgen. Dus binnen de randvoorwaarden van de dammen en de dijken en de wettelijke peilbesluiten, gaan we maximaal ons best doen.”

    Wat zijn de doelen van de Programmatische Aanpak Grote Wateren?

    “We hebben natuurlijk de instandhoudingsdoelen Natura 2000 voor soorten en habitats. We vinden dat we deze met de Programmatische Aanpak Grote Wateren ook binnen bereik moeten zien te krijgen. Dat is één kant van het doelbereik. De plannen uit de Programmatische Aanpak Grote Wateren kunnen echter niet allemaal in een paar jaar tijd gerealiseerd worden. Dus we nemen er de tijd voor, om het allemaal behapbaar te maken.

    Aan de andere kant is het doel ook om weer maximaal ruimte te bieden aan de natuurlijke ecologische processen in Nederland. Dus aan de waterbeweging, de sedimentbeweging en de opbouw en de afbouw van intergetijdengebieden. Waar vroeger een natuurlijke dynamiek was, willen we die nu weer, waar mogelijk, terugkrijgen. Ons idee is namelijk dat wanneer ecosystemen en natuurlijke ecologische processen meer ruimte hebben, de natuur het beter zelf kan regelen dan dat wij op grote schaal gaan tuinieren. En daar zit natuurlijk wel een beetje een spanning op met Natura 2000. Want Natura 2000 heeft behoudsopgaven, gebaseerd op historische referenties. Vanuit de Programmatische Aanpak Grote Wateren kijken we voor het behoud en het terugbrengen van de natuurlijke processen echter vooral vooruit: wat kan er, gegeven de randvoorwaarden. Daar zit soms een beetje spanning op.“

    Wat is het tijdspad van de Programmatische Aanpak Grote Wateren?

    “Rijkswaterstaat heeft een paar jaar geleden voor de ministeries van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Infrastructuur en Waterstaat verkend wat er nodig zou zijn voor de Programmatische Aanpak Grote Wateren, wat dat kost. Er zijn 33 projecten uit gekomen en met de kennis van nu kost dat een slordige twee miljard euro. Dat is natuurlijk vreselijk veel geld en dat legt ook een enorm beslag op de organisatie. Dus hebben we wel voorgesteld om dit uit te smeren over een jaar of dertig. Dan is het qua financiën op te brengen, maar het geeft ook een paar andere grote voordelen.

    We hebben nu bijvoorbeeld de Marker Wadden aangelegd, de eerste fase. Dat was qua weg- en waterbouw al behoorlijk innovatief. Maar de grootste innovatie zit er vooral in dat we iets hebben gebouwd waarin natuur en natuurlijke processen meer hun gang kunnen gaan. In de slibhuishouding van het meer, maar ook in de soorten en planten en de successie daarvan. Daar zit de echte innovatie. Daarom is het goed dat we een aantal eilanden hebben aangelegd die we nu vijf à tien jaar gaan monitoren: wat doet dat nou? Wat gebeurt er? Wat gaat goed, wat gaat niet goed? In een later stadium doen we de tweede fase, waarin we al die leereffecten kunnen meenemen. We knippen dus alle grote projecten in fases op om er maximaal van te kunnen leren. Dit betekent wel een langere doorlooptijd. Maar dit heeft ook als voordeel dat je kunt kijken of er nog andere grote projecten in de regio zijn waar je het slim aan kunt koppelen.

    De dijk tussen Almere en Lelystad bijvoorbeeld, die moet ergens de komende tien à vijftien jaar versterkt worden. Dat is een groot en duur project. Als we nou iets willen doen met het verbinden van het Markermeer en de Oostvaardersplassen, dan is het heel slim als je dat tegelijkertijd met deze dijkversterking doet. Dat scheelt heel veel geld. Dus als je het even wat vrijer laat in de tijd, kun je slim op zoek naar dit soort meekoppelingen.”

    Gedurende een paar jaar loopt parallel aan PAGW het programma LIFE IP Deltanatuur, hoe zie jij de link tussen deze twee programma’s?

    “De Programmatische Aanpak Grote Wateren is, als je het helemaal uitkleedt, in essentie een uitvoeringsprogramma. We krijgen geld van de ministeries en daarmee gaan we projecten realiseren. Ontbrekend leefgebied aanleggen, estuarien karakter herstellen: dat zijn uitvoeringsprojecten. Maar er zitten nog wel een aantal beleidsmatige randvoorwaarden die niet helemaal handig zijn. En met name de actie A5 van LIFE IP Deltanatuur zal ons erbij kunnen helpen door te zorgen voor een goede beleidsmatige verankering van het werk. We komen namelijk wel eens tegen dat de behoudsopgave uit Natura 2000 botst met de ontwikkeldoelen uit de Programmatische Aanpak Grote Wateren. Iedereen kent natuurlijk het voorbeeld van de groenknolorchis in de Grevelingen. Maar er zijn er meer.

    In het Volkerak-Zoommeer bijvoorbeeld zitten veel zoetwater eenden, het is een belangrijk leefgebied voor hen. Dat ben je kwijt als dat meer weer zout wordt met getij. Wat ik in dit kader belangrijk vind om te benadrukken, is dat er met de Programmatische Aanpak Grote Wateren niet minder natuur in Nederland komt, ook niet in het Volkerak-Zoommeer, maar dat er andere natuur komt. Op de schaal van Nederland zal je namelijk iets moeten bedenken om deze zoetwater eenden weer een plek te geven. Misschien hebben die eenden voldoende plek in de Biesbosch of in de randmeren, dat weet ik niet. Maar het kan best zijn dat je daar nog iets anders voor moet organiseren.

    LIFE IP Deltanatuur kan ons daarbij helpen. Dat we het strakke keurslijf van Natura 2000 wat flexibiliseren. Ik weet dat dit een beetje een gevaarlijk woord is, veel mensen zien dit als een stap terug, dat je dingen gaat opgeven. Maar ik vind het belangrijk om aan te geven dat dit niet zo is. We willen niet minder natuur in Nederland, we willen de beschikbare ruimte in Nederland maximaal benutten. Dit betekent niet per sé dat de groenknolorchis een aantal hectares moet hebben in de Grevelingen. Hij moet er gewoon zijn in Nederland. Of dat op een duinvallei op Terschelling is, of elders: dat vind ik niet zo belangrijk. Nu zie je dat het keurslijf je dwingt om heel dichtbij een project dat soort doelen te realiseren. En te compenseren, in het geval van de groenknolorchis. Ik denk dat LIFE IP Deltanatuur ons kan helpen met een beleidsmatig kader voor grote wateren wat wel die ontwikkelruimte biedt, maar tegelijkertijd ook een waarborg geeft voor behoudsopgaven Natura 2000. Dat is denk ik ook de opgave voor de actie A5 van LIFE IP Deltanatuur.

    Daarnaast loopt in de C-acties van LIFE IP Deltanatuur een aantal concrete onderzoeken over hoe we dingen het beste kunnen uitvoeren. Veel van de PAGW-maatregelen is wat betreft de aannemerij vrij standaard grond- weg- en waterbouw: beetje zand supleren, beetje baggeren en dan daar neerleggen. Of een doorlaatmiddel bouwen, daar zit niet de kunst. Het is vooral het zoeken naar wat dan effectief is voor natuur en ecologie. Daar zijn een heleboel onderzoeken voor, en die onderzoeken lopen ook in de C-acties.”

    Op welke punten kunnen deze twee programma’s elkaar aanvullen en waar kunnen ze samen oplopen?

    “PAGW zie ik als een uitvoeringsprogramma en wij hebben kennisvragen uit die uitvoering. Ik denk dat LIFE IP Deltanatuur ons daarbij kan helpen. Kennisvragen leggen we voor een deel neer bij bureaus, maar als je ze ook in LIFE IP Deltanatuur inbrengt en je doet het samen met andere partijen, dan denk ik dat dit heel nuttig is. En natuurlijk de beleidsmatige context die ik beschreef. De kennis en expertise uit LIFE IP Deltanatuur kunnen denk ik heel waardevol zijn voor PAGW. Maar ook omgekeerd: de praktische uitvoeringsprojecten die we gaan doen, kunnen voor LIFE IP Deltanatuur case studies leveren om die kennis te ontwikkelen.

    Ik zie dus heel veel meerwaarde, het is nu even de kunst om dat goed bij elkaar te brengen. Ik heb best veel contact met de programmamanager van LIFE IP Deltanatuur, Dennis van Schaardenburg. En in de LIFE IP Deltanatuur stuurgroep zit nu vanuit Rijkswaterstaat onze directeur Elze Klinkhammer die binnen Rijkswaterstaat een grote rol heeft voor de grote wateren. Het strategisch verbinden gaat dus al veel beter. Maar op de werkvloer is het nog even de vraag waar mensen elkaar tegen kunnen komen, omdat we het in Nederland natuurlijk best ingewikkeld georganiseerd hebben. Die samenwerking tussen de twee programma’s gaat dus nog niet altijd vanzelf, daar moet je wel een beetje op gaan sturen. Met de LIFE IP Deltanatuur Programmabijeenkomst van 16 april 2019 is daar al een mooie stap in gezet, het begint toch met de mensen leren kennen.”

    Wil je meer weten over de ontwikkelingen in de Programmatische Aanpak Grote Wateren? Volg dan de pagina’s hierover op Helpdesk Water. Binnenkort zullen daar informatiebladen verschijnen over het programma zelf en de verschillende projecten.

    Fotocredits: Natuurmonumenten - Fotograaf John Gundlach
                       Rijkswaterstaat
    – Beeldbank

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers